Visie op Woningbouw

 

Rijswijk bevindt zich in een deel van de Randstad waar het
CBS van laat zien dat de woonvraag de komende jaren enorm zal toenemen.
Daarnaast laat het CBS ook zien dat de gemiddelde huishoudgrootte steeds
kleiner gaat worden en dat specifiek voor Rijswijk geldt dat de gemiddelde
leeftijd / het aantal ouderen ook zal toenamen. Rijswijk kampt met veel
leegstand met name in en rondom winkelcentrum In de Bogaard en de
Plaspoelpolder waar volop kansen liggen om deze gebieden opnieuw te ontwikkelen
naar eigentijdse woon-, werk- en verblijfsgebieden om antwoord te geven op de
toenemende vraag. Rijswijk heeft qua ligging en ontsluiting via het
rijkswegennet en het spoor een belangrijke positie in deze
verstedelijkingsopgave en deze moeten wij zoveel mogelijk uitnutten.

 

 

pexels-photomix-company-101808

Hoe is het nu?

Onder bouwburgemeester Bogaardt (1952-1973) kende Rijswijk een explosieve bevolkingsgroei  in korte tijd waar grote delen van Rijswijk onder andere de Plaspoelpolder en winkelcentrum In de Bogaard zijn ontwikkeld maar ook wijken als de Muziekbuurt, Steenvoorde en Te Werve. Vanaf de eeuwwisseling  en versneld door de economische crisis van 2008-2014 zijn ontwikkelingen gaande die de gevolgen van de explosieve groei nadrukkelijk laten zien. Eenzijdig samengestelde en qua sociale cohesie kwetsbare wijken, een winkelcentrum die zijn regionale functie inmiddels verloren heeft en de monofunctionaliteit van sommige gebieden waar als gevolg van het vertrek voor grote bedrijven en nieuwe vormen van werken, grote leegstanden zijn ontstaan. Het hebben van voldoende schaalgrootte als gemeente om als zelfstandige gemeente te kunnen blijven functioneren met steeds meer taken die vanuit het Rijk gedecentraliseerd worden en het behoud voor oog voor de menselijke maat, is een continue factor waar we aandacht voor moeten hebben.  Binnen deze context moeten wij als gemeente optimaal gebruik maken van onze ligging in dit deel van de Randstad. Rijswijk is in de basis goed ontsloten voor alle vormen van mobiliteit, heeft ruimte om de stad te herontwikkelen tot toekomstige aantrekkelijke woon-, werk en verblijfsgebieden  waarmee de eenzijdigheid van de na-oorlogse wijken kan worden doorbroken. Daarnaast bieden deze ontwikkelingen voldoende kansen om qua schaalgrootte en diversiteit een gemeente van voldoende omvang te worden en te zijn om de maatschappelijke vraagstukken  met oog voor de menselijke maat te kunnen beantwoorden.

 

Voor Rijswijk is het belangrijk om regie te voeren. Het zijn niet de Provincie, Metropoolregio en vastgoedeigenaren die bepalen hoe Rijswijk zich moet gaan ontwikkelen. Als gemeentebestuur samen met onze inwoners moeten wij actief koers gaan bepalen waar we met onze stad naar toe willen. In onze Stadsvisie 2030 hebben wij als gemeente aangegeven dat we onze stad willen herontwikkelen langs de zogenaamde Stadsas Bogaard eo, Stationsgebied en Plaspoelpolder tot gemêleerde woon- en werkgebieden. Onze stadsrandparken Landgoederenzone en Wilhelminapark/Elsenburgerpark/ Zwethzone willen we versterken als verblijfs-en recreatiegebieden met beperkte ruimte voor bebouwing. Na-oorlogse wijken als Steenvoorde, Muziekbuurt en Te Werve zullen in samenspraak met onder meer de woningcorporaties door renovatie, sloop/nieuwbouw moeten herontwikkeld tot meer gedifferentieerde woonwijken. Rijswijk staat de komende jaren voor heel wat uitdagingen om dit in goede banen te leiden.

pexels-pixabay-279607


Waar staat GBR voor?

Onze voormalige wethouder Ronald van der Meij onder andere verantwoordelijk voor Stadsontwikkeling heeft in de bestuursperiode 2014-2018 in navolging van de Stadsvisie 2030 het initiatief genomen voor de gebiedsvisies Bogaard eo en Plaspoelpolder. Vanuit het willen invullen van de regiefunctie, is Ronald erin geslaagd om de transformatie en ontwikkeling van gemêleerde woon-, werk- en verblijfsgebieden van deze delen van Rijswijk die met grote leegstand te kampen hadden, op de politieke agenda te krijgen. Voor GBR staat het aantal te bouwen woningen of in welke percentages type woningen verdeeld moeten worden (kwantiteitsdenken) niet centraal maar geldt de vraag “wat voor wijk, wat voor een stad willen wij zijn?” als vertrekpunt (kwaliteitsdenken). Voor wonen geldt dat dit onlosmakelijk samenhangt met werk, verblijven, mobiliteit en voorzieningen. De schaarse ruimte die we ondanks de leegstand ook in Rijswijk kennen moet zo optimaal worden benut en nieuwe ontwikkelingen moeten langs voornoemde meetlat gelegd worden. Het bouwen voor de doelgroepen kleine huishoudens, starters, jong en oud biedt voor Rijswijk volop kansen om in de verstedelijkingsgebieden Plaspoelpolder en Bogaard eo aantrekkelijke woonmilieus te creëren met voldoende oog voor werkgelegenheid op (OV-)afstand en benodigde  voorzieningen. In RijswijkBuiten en in de transformeren gebieden als Steenvoorde, Te Werve en Muziekbuurt moet door sloop  / nieuwbouw op termijn meer ruimte komen voor grondgebonden woningen voor gezinnen die moeten bijdragen aan meer gemêleerde wijken. GBR zoekt in nieuwe wooninitiatieven vooral ook naar nieuwe concepten buiten de “traditionele woning” met ruimte voor functiemenging en eigen (klus-)initiatief van nieuwe bewoners. Hybride financieringsvormen, bijvoorbeeld betaalbare huur in combinatie met een uitgestelde koopoptie, bieden volop kansen om starters op de woningmarkt een betaalbare woning aan te bieden. Rijswijk moet maximaal kunnen anticiperen op de steeds sneller gaande maatschappelijke ontwikkelingen: wij geloven niet in blauwdrukken voor onze stad waarbij zaken in beton gegoten zijn. De gemeente moet regievoerder blijven bij deze vraagstukken en de kwaliteit van leven in onze stad als basisvoorwaarde aanhouden.

Wat moet er volgens GBR gebeuren?

GBR is verheugd dat via de lijn van transformatie het kwaliteitsdenken inmiddels vele wooninitiatieven in de steigers staan of inmiddels worden uitgevoerd. Regie voeren en houden blijft echter voor het gemeentebestuur een lastige in discussies en onderhandelingen met vastgoedpartijen en regionale partners. Bij sommige vastgoedpartijen dreigt het nog steeds te gaan om “hoeveel woningen nodig zijn voor een rendabele businesscase” en in de regio liggen nog te veel belemmerende vraagstukken als het gaat om milieu en bereikbaarheid (Beatrixlaan, milieucategorieën Havengebied) waarbij het eigenlijk  gaat om de bestuurlijke wil en de benodigde financiële middelen behorende bij de ambities. Rijswijk moet meer haar onderscheidende propositie ten opzichte van andere gemeenten in dit deel van de Randstad uit spelen. Wij hebben relatief al de ruimte beschikbaar (door leegstaand) voor herstructurering, onze basis bereikbaarheid van de stad ligt er al en dient met name voor het OV verder uitgenut te worden, we hebben met onze parken goede recreatiegebieden voorhanden en we hebben ruimte om nieuwe werkgelegenheid te creëren. Verbinden, koppelen van kansen en vooral het inzichtelijk maken van je potentiële maatschappelijke meerwaarde in dit deel van de Randstad relativeren de benodigde investeringen voor een goed woon-, verblijfs- en werkklimaat. Voor  grotere vastgoedeigenaren geldt dat zij onverkort een langere commitment aan hun ontwikkelingen moeten geven om niet voor de korte termijn rendement te gaan maar deze te koppelen aan de maatschappelijke meerwaarde op langere termijn. Voor deze lijn zal GBR zich blijven inspannen en de aanwezige expertise binnen haar partij  ter beschikking willen stellen aan onze mooie gemeente.